Skip to content
Close Overlay
logo-white

Enterprise

Menu

Biologicals in de behandeling van chronische rinosinusitis met neuspoliepen

Als klinisch KNO-practicus in Friesland zie ik regelmatig patiënten met chronische sinusitis en neuspoliepen. De standaardbehandeling richt zich op het verminderen van ontsteking en poliepvolume, primair met intranasale corticosteroïden (sprays of druppels) en dagelijkse neusspoelingen met zoutoplossing. Bij onvoldoende effect zijn stootkuren met orale corticosteroïden, endoscopische sinuschirurgie (ESS) of biologicals een optie. De impact van de ziekte op de kwaliteit van leven bij onvoldoende behandelresultaten is groot. Neusverstopping. Hyperreactieve slijmvliezen voor geur, stof, dampen, alcohol, temperatuurwisselingen. Slijmvorming. Hoofdpijn. Slechte neusademhaling. Verstoorde reuk. Intrinsieke astma door overprikkeling van de lage luchtwegen. Slecht slapen. Vermoeidheid. Zich ellendig voelen. Ziekteverzuim. Sinds 2020 is er voor therapieresistente patiënten gelukkig een effectieve biological beschikbaar, de IL-4/IL-13-receptorremmer dupilumab, in Nederland voor deze kwaal momenteel veruit het meest gebruikte biological.

Vanwege de hoge kosten komt niet iedereen in aanmerking voor de behandeling, er zijn landelijke criteria vastgesteld. De patiënt mag niet roken en moet uitgebreide neusbijholten chirurgie hebben ondergaan (minimaal infundibulotomie en volledige voorste en achterste ethmoïdectomie beiderzijds). Daarnaast dient een patiënt te voldoen aan ten minste drie van de vijf volgende criteria: 1. Grote invloed op kwaliteit van leven te meten met een SNOT-22 vragenlijstscore van minimaal 40. 2. Anosmie aangetoond met een reuktest. 3. Astma waarvoor gebruik van inhalatiecorticosteroïden nodig is. 4. Steroïde afhankelijkheid voor ziektecontrole, twee of meer orale corticosteroïden kuren per jaar of meer dan drie maanden lage dosering van 5 mg. Bewijs van type 2 inflammatie (verhoogd aantal eosinofielen granulocyten in bloed of slijmvlies).

Sinds 2020 heb ik tachtig patiënten met chronische sinusitis en neuspoliepen behandeld met dupilumab. In mijn 37 jaar als KNO-arts is dit een van de grootste klinische doorbraken in mijn vak die ik heb meegemaakt. Na een of twee doses ervaren de meeste patiënten al een duidelijke verbetering en noemen het daarom vaak een wondermiddel. Minder slijmvorming, minder verstopping, beter ruiken, beter slapen. Patiënten geven in de loop van de behandeling aan weer vol energie te zijn of bv “met twee vingers in de neus een marathon te kunnen lopen” terwijl daarvoor een paar kilometer al te ver was.

Patiënten ervaren weinig bijwerkingen, soms komen gewrichtsklachten voor die hinderlijk zijn. Niet voor iedereen is het een wondermiddel, enkele van mijn patiënten hadden er geen baat bij. Verandering naar een andere biological (mepoluzimab) gaf dan ook geen soelaas. Soms is er een terugval door een bijkomende infectie in de neus en neusbijholten, die moet dan behandeld worden, daar helpt een biological niet tegen. Na langere tijd blijft de therapie onverminderd effectief, maar er is geen genezend effect. Als men stopt, keren de klachten na verloop van tijd terug. Wel is “taperen” mogelijk bij patiënten die het goed doen. Vaak kan het interval van de subcutane injectie van eens per twee weken bij deze groep worden verlengd tot eens per drie, vier of zes weken zonder verlies van effect. In enkele gevallen zelfs tot eens per twee of drie maanden. Dit heeft natuurlijk een aanzienlijk kostenbesparend effect.

Alle tachtig patiënten op een biological vervolg ik zeer precies, inclusief de bloedwaarden. De soms erg hoge IgE waarden gaan omlaag en normaliseren na verloop van tijd. In het begin gaan soms de eosinofielen in het bloed omhoog, om daarna geleidelijk te dalen. De stijging bleek geen voorbode van optredende ontstekingsreacties in weefsels.

Mijn advies aan collega KNO-artsen: denk bij patiënten met chronische rinosinusitis en neuspoliepen die de ene na de andere behandeling krijgen ook eens aan de optie van een biological. Als deze therapie in het eigen ziekenhuis niet beschikbaar is, kan de patiënt worden doorgestuurd naar een ziekenhuis waar het wel is toegestaan onder de hierboven beschreven voorwaarden.

Als arts word ik vaak geconfronteerd met wat kwaliteit van leven betekent. Voor patiënten met chronische rinosinusitis en neuspoliepen die het goed doen op een biological betekent het weer te kunnen ruiken, weer energie te hebben, niet meer benauwd te zijn, weer goed te slapen en zich niet steeds ellendig te voelen, dat is heel wat.